De (on-)geoorloofde stijgende of dalende opeenvolging
in het oeuvre van Johann Sebastian Bach
door Derk van derVeen
van reine primen, kwinten en octaven
een voorstudie
De (on-)geoorloofde stijgende of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven in het oeuvre van Johann Sebastian Bach blz.2
e
x
e
m
p
l
a
a
r
v
o
o
r
p
e
e
r
r
e
v
i
e
w
© copyright by Derk van derVeen 2022
Inhoud
Voorwoord
Inleiding
DEEL I: OPVATTINGEN, IN EN VOOR BACHS TIJD,TEN AANZIEN VAN DE (ON-)GE-
OORLOOFDE STIJGENDE OF DALENDE OPEENVOLGING VAN PRIMEN, KWINTEN EN
OCTAVEN en gerelateerde onderwerpen
De geschiedenis van de regel voor opeenvolgende stijgende of dalende reine primen, kwinten
en octaven
Aanverwante patronen
Koperblaasinstrumenten en hun relatie met opeenvolgende reine intervallen
Een systematiek om ongewenste parallellen te vermijden
Primen en hun functie als spil-interval, hun beweging en relatie ten aanzien van de regel voor
de stijgende of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven
DEEL II: DE VERSCHILLENDE CATEGORIEËN VAN STIJGENDE EN DALENDE PRIMEN,
KWINTEN, OCTAVEN en gerelateerde onderwerpen
Categorie 1 : expliciete en impliciete rusten
Het gebruik van stijgende en dalende reine intervallen in de vroegste cantates
Categorie 2: octaaf- en prime-segmenten als vorm van 'registratie' of 'versterking'
Categorie 3: geornamenteerde octaaf- en unisono-segmenten
Categorie 4: maskering door de vermenging van parallellen met andere stemmen
Categorie 5: versieringstonen en versieringen
Categorie 6: octaafsprongen van kwinten en octaven
Categorie 7: het uitdrukken van de tekst
Categorie 8: de relatieve snelheid van de gebruikte notenwaarden
Categorie 9: onvolledige stemnotatie
DEEL III: PARALLELLEN UIT BACHS SOLOWERK EN ENIGE ENSEMBLEWERKEN,
GESORTEERD NAAR METRISCHE POSITIE
DEEL IV: SAMENVATTENDEVRAGEN EN ANTWOORDEN TEN AANZIEN VAN BACHS
OMGANG MET DE (ON-)GEOORLOOFDE STIJGENDE OF DALENDE OPEENVOLGING
VAN REINE PRIMEN, KWINTEN EN OCTAVEN
5
6
8
9
27
31
35
36
41
42
47
53
59
62
66
91
93
94
97
1 00
1 22
De (on-)geoorloofde stijgende of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven in het oeuvre van Johann Sebastian Bach blz.3
De (on-)geoorloofde stijgende of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven in het oeuvre van Johann Sebastian Bach blz.4
Voorwoord
Dit boek is in eerste instantie bedoeld om mensen die al een goede basiskennis van muziektheorie
hebben inzicht te geven in hoe Johann Sebastian Bach omging met een van de belangrijkste, uit de traditie
overgeleverde, voorschriften m.b.t. het vermijden van opeenvolgende stijgende of dalende reine
intervallen. Dit boek komt misschien ook wel een beetje voort uit de gedachte dat ik in 1 995, toen ik in
mijn studententijd een Concert Grosso in de stijl van Bach probeerde te schrijven (het stuk staat
overigens op youtube), deze kennis graag had willen hebben. Ook wanneer je Bachs muziek transcribeert
of wanneer je schrijft in latere stijlen komt deze kennis van pas, want het voorschrift bestaat nog steeds
en wordt nog door vele componisten en arrangeurs opgevolgd.
Ik wilde dit boek het liefst maken door een totaaloverzicht te geven van alle typen kwint- en
octaafparallellen in Bachs werk, maar heb mij moeten beperken tot zijn solowerken en een selectie uit
zijn ensemblewerk. Ik wilde met name onderzoeken wanneer primen en octaven de functie hebben van
versterking of klankkleur, en wanneer het echt om de varianten ging die traditioneel als ongeoorloofd
werden beschouwd. Opeenvolgende primen en octaven kunnen in een partituur de functie hebben van
versterking of timbre, wat hen vrijpleit van het verbod op opeenvolgende kwinten en octaven, omdat het
dan vergelijkbaar is met bijvoorbeeld registratie op een orgel of verdubbeling in een orkest. Naast dit
onderscheid wilde ik ook weten wanneer en in welke mate Bach deze contrapuntregel toestond en of
daar een systematiek in valt te ontdekken.
Naast deze technische onderwerpen heb ik ook de geschiedenis van het voorschrift omtrent de sijgende
of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven, in samengevatte vorm, willen opnemen in
dit boek, alsmede de opvatting hierover van Bachs belangrijkste tijdgenoten, mensen waarmee hijzelf
contact had: met name Telemann,Walther en Heinichen. Zoals de bekende musicoloog Carl Dahlhaus
eens schreef zit er nogal eens wat licht tussen wat er geschreven werd en wat er in de praktijk van terug
te zien is. De opvattingen van de theoretici zijn daarom ook aan de partituren getoetst.
Met de opvattingen van deze tijdgenoten van Bach in het achterhoofd heb ik de dalende en stijgende
primen, kwinten en octaven in categorieën ingedeeld. Deels komen deze categorieën voort uit de
opvattingen van Telemann en Walther (en daarmee van de door hem bestudeerde theoretici als
Praetorius, Kirchner,Ahle, Printz en anderen), maar deels ligt een zekere indeling ook al in de typen
parallellen besloten zoals die zich in de partituren laten zien, zoals in het boek zal blijken.
Ik hoop met dit boek vooral musici die in de stijl van Bach transcripties en composities willen schrijven te
helpen met het geven van inzicht in hoe Bach met deze regel omtrent de elkaar opvolgende perfecte
consonanten omging. Ook zal het genoeg interessants bevatten voor theoretici, musici en
muziekliefhebbers die meer van dit onderwerp af willen weten. Na afloop zul je antwoord kunnen geven
op vragen als 'schreef Bach ook parallelle secunden, overmatige kwarten, verminderde kwinten en
septiemen?', 'moet ik mijn melodieën altijd aanpassen om parallelle kwinten/octaven te voorkomen?',
'mochten natuurtrompetten en -hoorns meer parallellen spelen, vanwege hun beperkte keus aan tonen?',
of 'verdubbelde Bach ook hele akkoorden?' Ook zijn er een paar leuke bijvangsten in dit boek
opgenomen die laten zien hoe Bach soms zelf zijn parallelle kwinten en octaven veranderde in latere
versies en komen we tot de conclusie dat bepaald werk, op basis van deze contrapuntregel en de manier
waarop Bach daarmee omgaat, misschien wel niet aan hem zou moeten worden toegeschreven.
e
x
e
m
p
l
a
a
r
v
o
o
r
p
e
e
r
r
e
v
i
e
w
De (on-)geoorloofde stijgende of dalende opeenvolging van reine primen, kwinten en octaven in het oeuvre van Johann Sebastian Bach blz.5